Accreditatie als European Geologist

start-page_photo-eurgeol-pickhammerIn verschillende landen en sectoren hebben geologen een accreditatie nodig om hun vak te mogen uitoefenen. In Europa bestaat hiervoor de titel European Geologist (EurGeol). De titel staat open voor alle aardwetenschappers die in hun vak actief zijn in het bedrijfsleven, kennisinstellingen, de academische wereld of bij de overheid. Een kandidaat moet minimaal een Master in de aardwetenschappen hebben afgerond en over een dosis relevante werkervaring beschikken. Een European Geologist committeert zich aan een beroepscode en houdt actief zijn kennis op peil om de titel te mogen blijven voeren. Naast Europa wordt de titel in Noord-Amerika erkend door het American Institute of Professional Geologists (AIPG) en de Canadian Council of Professional Geologists (CCPG). Verder mogen EurGeol titelhouders geologische rapporten goedkeuren die erkend worden door aandelen- en commoditybeurzen in Canada, Australië en Zuid Afrika.

EFG en accreditatie

start-page_photo-efg-logoHet beheer en de uitgifte van de EurGeol-titel wordt uitgevoerd en gecoördineerd door de European Ferderation of Geologists (EFG). De organisatie werd in 1980 opgericht en vertegenwoordigt op Europees niveau een groot aantal nationale genootschappen van professionele geologen, zoals in Nederland het KNGMG. Eén van de doelstellingen van het EFG is de bevordering van het vrije verkeer van arbeidskrachten binnen Europa, waarbij de EurGeol-titel instrumenteel is.

KNGMG en accreditatie

In Ierland, Spanje, het Verenigd Koninkrijk en Zwitserland is een National License Body gemachtigd om de EurGeol-titel uit te geven. In de overige landen, ook in Nederland, verzorgt een National Vetting Committee de voorselectie en vindt accreditatie plaats door de International License Body van de EFG. De aanvraagprocedure in Nederland omvat de volgende stappen:

  1. De kandidaat dient lid te zijn van het KNGMG.
  2. De kandidaat vult het aanvraagformulier in en vraagt aan tenminste twee EurGeols die hem of haar op het gebied van zijn of haar werk goed kennen om een zogenaamde sponsorbrief in te vullen en te ondertekenen. NB: in de opstartfase mogen zo nodig ook sponsoren worden opgevoerd die (nog) niet in het bezit zijn van de EurGeol-titel. Het dossier dient te worden opgestuurd naar het KNGMG secretariaat.
  3. De kandidaat wordt uitgenodigd voor een interview waaruit duidelijk moet worden of hij/zij over voldoende ervaring en kennis beschikt. Dit interview vindt plaats met tenminste twee daartoe aangewezen mensen uit het vakgebied.
  4. De National Vetting Committee maakt een rapport en verstuurt dit samen met een advies naar het International License Body in Brussel. Deze neemt de beslissing tot honorering of afwijzing van de titel; de aanvrager wordt daarvan per brief op de hoogte gebracht.
  5. Bij goedkeuring betaalt de EurGeol-houder € 58,- (€ 30,- inschrijving en € 28,- jaarlijkse contributie) en wordt vervolgens toegevoegd aan de lijst met EurGeol-houders, die op de website van de EFG wordt gepubliceerd. De EurGeol-houder ontvangt een certificaat.

Naast de algemeen geldende regelingen van de EFG hanteert de NVC twee nationale regelingen:

  • NVC1, waarin is vastgelegd wie er toelaatbaar is voor accreditatie op basis van de gevolgde Nederlandse opleiding.
  • NVC2, de verificatieprocedure voor Nederlandse diploma’s.

Samenstelling National Vetting Committee voor Nederland

  • Martin Galavazi (FUGRO)
  • Bob Hoogendoorn (Deltares)
  • Cees Laban (Marine Geological Advice)
  • Michiel van der Meulen (TNO – Geologische Dienst Nederland)
  • Kees van Ojik (Argo Geological Consultants)

Voor meer informatie over de EurGeol titel kan de website van de EFG worden geraadpleegd.

Jaarlijkse verlenging

Een voorwaarde voor het toekennen en verlengen van de EurGeol-titel is dat de aanvrager zich committeert aan het zogenaamde ‘Continuing Professional Development’-concept. Dit houdt in dat de houder van de EurGeol-titel elk jaar zich aantoonbaar ontwikkelt door bijvoorbeeld het volgen van cursussen, bezoeken van conferenties, het schrijven van artikelen of aan zelfstudie doet. Maar ook bijvoorbeeld het uitvoeren van een bestuursfunctie bij het genootschap valt onder professionele ontwikkeling. Hiervan dient jaarlijks (kort) verslag te worden uitgebracht; criteria en een sjabloon zijn beschikbaar op de EFG website. Hieronder vind je tips voor het invullen van dit sjabloon.

Tips voor de Jaarlijkse verlenging – de EurGeol CPD record

Met dank aan Michiel van der Meulen.

Als je je EurGeol-titel hebt behaald moet je rond de jaarwisseling je CPD record invullen om je titel te verlengen. Het webadres hiervoor  is: http://eurogeologists.eu/title/eurgeol.

Als je daar bent kies je ‘EurGeol Service’, log je in en je komt bij je eigen profiel. Kies daarna ‘CPD update’. Hierna wijst het zich qua invullen vanzelf.

Hoe je dit invult staat in http://eurogeologists.eu/maintaining-your-title/, het meest uitgebreid in de EFG regeling E6 ‘Continuing Professional Development’, die je daar kan downloaden. Een korte, praktische richtlijn is als volgt:

  • Onder Professional practice voer je geen dagelijkse of routinematige activiteiten in, maar activiteiten die daar boven uitsteken. Het is subjectief, de toets is of jij (of het vakgebied) er verder mee komt.
  • Formal learning (tested) betreft cursussen waarvoor een cerificaat is afgegeven met een vorm van zogenaamde education credits, speciaal voor CPD-records in gelicenceerde beroepen. Er bestaan verschillende soorten, maar ze zijn altijd terug te voeren op het aantal studiebelastinguren. OP het certificaat staat dan bijvoorbeeld “0.80 Continuing Education Credits” wat overeenkomt met 8 studiebelastingsuren, die je invult in het systeem met het cerificaat als bewijsstuk.
  • Formal learning (untested) zijn cursussen waarvoor een bewijs van succesvolle deelname is afgegeven, maar zonder een officiële studiebelasting zoals hierboven beschreven.
  • Onder Informal learning/training kun je congresbezoek invullen. Ook voor het vakgebied relevante interne bedrijfscursussen vallen hieronder.
  • Self-directed study is een beetje een rare, moeilijk bewijsbare categorie (‘ik heb thuis een boek gelezen’), gebruik deze daarom bij voorkeur niet.
  • Onder Non-work activitities kun je alles opvoeren wat je zou kunnen beschouwen als dienstverlening aan het vak: tijd besteed aan lidmaatschappen van aardwetenschappelijke commissies en raden (KNGMG, IUGS, EFG, NCG), onderwijsactiviteiten, popularisering van de geologie etc.
  • Onder Contributing to knowledge kun je alle zaken opnemen die leiden tot aardwetenschappelijke publicaties: wetenschappelijke artikelen en congrespresentaties, maar ook reviewwerk.

Wees met bewijsstukken praktisch. Een abstract van een paper, een stukje van je presentatie (< 2 Mb), een kopietje van een colofon of een screenshot van een website waar je naam in relatie tot een activiteit staat genoemd. Je kan bijvoorbeeld ook je leidinggevende vragen om te bevestigen dat je een interne cursus hebt gevolgd.