Geschiedenis van het KNGMG

Eerdere historische overzichten van het KNGMG zijn gecompileerd voor de 50-, 60- en 75-jaar jubilea door respectievelijk H.J. de Wijs (1962), J.W.R. Brueren (1972) en E. den Tex (1987). Het laatste overzicht is opgenomen in het 100-jarig jubiluemboek van het KNGMG door Aad van Zuuren and Ab van Adrichem Boogaert (2012) en is rijkelijk gebruikt voor deze samenvatting.

Mr. dr. ir. W.A.J.M. van Waterschoot van der Gracht, eerste voorzitter van het KNGMG, geschilderd door zijn dochter Gisèle d’Ailly

Mr. dr. ir. W.A.J.M. van Waterschoot van der Gracht, eerste voorzitter van het KNGMG, geschilderd door zijn dochter Gisèle d’Ailly

Het genootschap is ontstaan uit een fusie van de Nederlandsche Mijnbouwkundige Vereeniging, opgericht in 1904, en de Nederlandsche Geologische Vereeniging, opgericht in 1911.

Het was de eminente geoloog / mijningenieur en rechtsgeleerde W.A.J.M. van Waterschoot van der Gracht die de beide verenigingen bij elkaar heeft gebracht in maart 1912 als het Geologisch-Mijnbouwkundig Genootschap voor Nederland en Koloniën. Hij werd ook de eerste voorzitter van de nieuwe vereniging.

Het doel van de vereniging was (en is nog steeds) Het bevorderen van de aardwetenschappen, het behartigen van de belangen van de leden, het versterken van de contacten tussen de leden en het bevorderen van de erkenning van het belang van de aardwetenschappen voor de samenleving.

De Bataafsche Petroleum Maatschappij doneerde 5000 Nederlandse guldens en verkreeg daarmee de titel van “Stichter” van de vereniging. In de financiële overzichten staan nog steeds de 5550 aandelen van Royal Dutch Shell, als legale opvolger van de Bataafsche, met een nominale waarde van € 1561.

Ledenaantallen KNGMG

Ledenaantallen KNGMG door de jaren heen

Het lidmaatschap steeg snel naar bijna 500 in 1925 en bereikte een maximum van ongeveer 1550 in de mid negentientachtiger jaren om daarna geleidelijk af te zakken naar een stabiele 800 in 2012. Een groot gedeelte van de daling is gerelateerd aan het sluiten van de kolenmijnen in de negentienzestiger jaren en het verdwijnen van mijningenieurs in de de Nederlandse industrie. Veel ingenieurs werden lid van het Koninklijk Instituut voor Ingenieurs (KIVI).

Afdelingen, Secties, Kringen en Commissies

De vereniging had een hoofdbestuur van drie personen (later vijf), terwijl de gefuseerde Geologische- en de Mijnbouwverenigingen eigen Secties behielden. Deze behielden een eigen bestuur die samen met het hoofdbestuur de Raad van Bestuur vormden. Ter gelegenheid van het veertigjarig jubileum in 1952 kreeg de vereniging het predicaat ‘Koninklijk’ en werd de vereniging omgedoopt tot het Koninklijk Nederlands Geologisch Mijnbouwkundig Genootschap, KNGMG.

In 1934 werd de Geofysische Kring opgericht als onderdeel van de Geologische Sectie.
Het genootschap werd volledig gereorganiseerd in 1968-1970 met de introductie van specialistische Kringen en regionale Afdelingen. De oude Geologische en Mijnbouwkundige Secties werden daarbij opgeheven. De Kringen vertegenwoordigen de verschillende aardwetenschappelijke disciplines binnen het genootschap. De Raad van Bestuur werd opgeheven en in plaats daarvan kwam er een Genootschapsraad die samengesteld was uit 15 leden afkomstig van alle Kringen en Afdelingen van het genootschap om zo de integratie van de verschillende onderdelen van het genootschap te bevorderen. De Genootschapsraad had ook een adviserende rol voor het uitvoerend bestuur van het genootschap. Onder deze nieuwe structuur werden in de periode 1969-1978 negen nieuwe Kringen opgericht naast de al bestaande Geophysische Kring. De Kringen hebben hun eigen bestuur, regels en leden. Oorspronkelijk was vastgelegd dat de leden van de Kringen ook lid moesten zijn van het KNGMG, maar dit wordt al tientallen jaren niet meer toegepast. Met de introductie van de regionale Afdelingen ‘Noord-Nederland’ en ‘Limburg’ werd een oude wens van een groot aantal leden vervuld. Er werden ook drie nieuwe commissies opgericht: de Wetenschapscommissie (voor advies over lesprogramma’s, het nomineren van onderscheidingen en het organiseren van de jaarlijkse Staring lezing), de Contact Commissie (voor sociale en professionele zaken en samenwerking met de academia) en de Excursie Commissie.

De Wetenschapscommissie werd in 1983 opgeheven. De Contact Commissie was lang succesvol met het bij elkaar brengen van leden door het organiseren van jaarlijkse contactdagen. De contactdagen werden in 1999-2000 vervangen door ‘buitendagen’, georganiseerd door een nieuwe ‘Netwerken-Buitendag’ commissie. De Excursie commissie werd opgeheven nadat excursies die gepland waren naar Oman en Solnhofen in respectievelijk 2007 en 2008 afgelast moesten worden door gebrek aan belangstelling. Bij deze beslissing was er ook de belangrijke realisatie dat vele excursies die door de Kringen georganiseerd worden ook in het algemeen toegankelijk zijn voor alle leden van het KNGMG. In 1993 werd de Commissie Beroepsbelangen in het leven geroepen. Deze commissie werkt nauw samen met de European Federation of Geologists (EFG) en draagt onder meer zorg voor de beroepsmatige erkenning van aardwetenschappers (accreditatie) zowel als het belichten van beroepsmatige mogelijkheden voor aardwetenschappers en diverse cursussen.

De twee regionale afdelingen werden omgedoopt tot Kringen in 2001, maar daarmee was de Kring Limburg niet meer te redden. Een en ander hangt waarschijnlijk samen met het opheffen van het Geologisch Bureau Heerlen van de Rijks Geologische Dienst na de fusie met TNO in 1997. De Geophysische Kring, de oudste van alle Kringen werd in 1989 opgeheven wegens gebrek aan leden die aansluiting zochten bij de EAEG (European Association of Exploration Geophysicists). De andere Kringen hielden succesvol stand, waarbij de Hydrologische Kring uitgroeide tot een volledig onafhankelijke professionele organisatie in 1990: de Nederlandse Hydrologische Vereniging. De Geochemische Kring verliet in 2009 het KNGMG om zich bij de Sectie Milieuchemie van het KNCV (De Koninklijke Nederlandse Chemische Vereniging) te voegen.

De huidige Kringen omvatten het Netwerk voor Vrouwen uit de Aardwetenschappen GAIA, de regionale Kring Noord en zes specialistische Kringen: de Palynologische Kring, de Sedimentologische Kring, de Paleobiologische Kring, de Petroleum Geologische Kring, de Ingenieurs-Geologische Kring en de Nederlandse Kring Aardse Materialen (in 1991 ontstaan uit een fusie van de Mineralogische, de Petrologische en de Delfstofkundige Kringen).

Onderscheidingen en speciale lezingen

In 1950 werd de W.A.J.M. van Waterschoot van der Gracht Penning geïntroduceerd. De Penning, genoemd naar de eerste voorzitter van het KNGMG, is het hoogste eerbewijs dat in Nederland aan uitzonderlijk verdienstelijke aardwetenschappers kan worden uitgereikt.

In 1994 werd de Escherprijs ingesteld, genoemd naar de Leidse Hoogleraar Algemene Geologie prof. dr. B.G. Escher (1885-1967). De prijs kan jaarlijks worden toegekend aan de auteur(s) van de door de Jury als de beste beoordeelde afstudeerscriptie in de (toegepaste) aardwetenschappen in de ruimste zin van het woord.

In 1964 initieerde Ph.H. Kuenen het idee om de geboortedag van de pionier van het geologisch onderzoek in Nederland, dr. W.C.H. Staring (1808-1877) te herdenken met een speciale lezing die eenmaal per jaar gehouden wordt, bij voorkeur rond 5 oktober, Staring’s geboortedag.

Mr. dr. h.c. ir. van Waterschoot van der Gracht

Mr. dr. h.c. ir. van Waterschoot van der Gracht

Dr. W.C.H. Staring

Dr. W.C.H. Staring

Prof. dr. B.G. Escher

Prof. dr. B.G. Escher

Publicaties

Het genootschap streeft al vanaf haar oorsprong naar het bevorderen van wetenschappelijke en technische publicaties op het gebied van de aardwetenschappen. Dat heeft geleid tot een grote hoeveelheid van speciale en reguliere publicaties. Jaarboeken werden gepubliceerd in de periode 1913-1937. Vanaf het begin publiceerde het genootschap de Verhandelingen van het Geologisch-Mijnbouwkundig Genootschap in twee parallelle geologische en mijnbouwkundige series. De Mijnbouw-serie verhandelingen werden in 1963 gestopt in verband met de sluiting van de kolenmijnen en telde in totaal vijf volumes. De Geologische serie telde 32 volumes met onder andere monografieën over Nederlands Nieuw Guinea en de ‘Oman Mountains’. Het laatste volume was de Stratigrapische Nomenclator van Nederland (1980). Vanaf 1931 kwam er het reguliere tijdschrift ‘Geologie en Mijnbouw’. Het archief van deze publicatie is beschikbaar op de website. De Nieuwsbrief werd geïntroduceerd in 1975 met actuele professionele informatie, aardwetenschappelijk nieuws en evenementen maar ook boekbesprekingen en informatie over lezingen en cursussen.

NJGGeologie en Mijnbouw ging in de 1990’er jaren samen met de Mededelingen van de Rijks Geologische Dienst en het Nederlands Instituut voor Toegepaste Geowetenschappen (NITG-TNO). Het nieuwe professionele tijdschrift verschijnt sinds 2000 als ‘the Netherlands Journal of Geosciences (NJG)’ met Geologie en Mijnbouw als subtitel. Het NJG wordt bestuurd door de ‘Netherlands Journal of Geosciences’ Stichting met representatie door twee leden van het KNGMG en twee leden van TNO. Het tijdschrift is gericht op aardwetenschappelijke artikelen over Nederland, de Noordzee en aangrenzende gebieden. Het verschijnt per kwartaal en is online vrij beschikbaar voor KNGMG leden sinds 2005.

geobrief-voorpaginaDe Nieuwsbrief werd in 2007 vervangen door de Geo.brief, aangepast aan de mogelijkheden van de tijd met professionele vormgeving en ook online beschikbaar voor leden. De Geo.brief telt 8 oplagen per jaar en is uitgegroeid tot een attractief nieuwsplatform voor de leden van het KNGMG. Het gehele archief is voor leden beschikbaar op de website.
Vanaf 2005 is er de KNGMG-website, www.kngmg.nl, opnieuw vormgegeven en met meer functionaliteit in het jubileumjaar 2012 en vervolgens geheel herzien in 2016. In 2010 kwamen de sociale netwerken met een KNGMG LinkedIn-Groep.

Affiliaties en academische samenwerking

geschiedenis016Het KNGMG representeert de ‘European Federation of Geologists’ (EFG) in Nederland. Deze organisatie beheert ook de Euro Geologist (EurGeol) titel voor gecertificeerde geologen.

geschiedenis018geschiedenis020Het KNGMG is ook gelieerd aan de EAGE (European Association of Geoscientists and Engineers en de AAPG (American Association of Petroleum Geologists), de grootste internationale geologische organisatie ter wereld, opgericht in 1917, mede door het erelid van het Genootschap: Willem van Waterschoot van der Gracht.

De contacten met de academische wereld zijn sterk, specifiek met studentenorganisaties van de geologische en mijnbouwkunde faculteiten in Nederland. Er worden regelmatig congressen en symposia georganiseerd waarbij het KNGMG subsidies bijdraagt. Zo is er de Aardwetenschappelijke Loopbaandag die voor het eerst in 1999 georganiseerd werd door GeoVUsie, de studentenvereniging van de VU in Amsterdam. Een andere activiteit waar het KNGMG sterk bij betrokken is, is het Nederlands Aardwetenschappelijk Congres (NAC) in Veldhoven. Tijdens het Internationale Jaar van de Planeet Aarde (2007-2009) nam het KNGMG deel aan de organisatie in samenwerking met het KNAG, TNO and het Koninklijk Instituut van Ingenieurs, KIVI NIRIA). De samenwerking met name met het KIVI is uitstekend. De faciliteiten van het KIVI NIRIA in Den Haag worden gebruikt voor het organiseren van evenementen en lezingen. De administratie en het archief van het KNGMG zijn sinds eind 2007 gevestigd in het kantoor van het KIVI NIRIA in Den Haag.

Het KNGMG is 100 jaar jong. Met een goede reputatie in de internationale aardwetenschappen kunnen we vol vertrouwen de toekomst tegemoet zien. Stil blijven staan is geen optie. Per slot van rekening zijn er die onveranderde doelstellingen van het KNGMG die een sterke link hebben met de steeds grotere connectiviteit en steeds verder gaande ontwikkelingen in de informatie technologie: het bevorderen van de aardwetenschappen, het behartigen van de belangen van de leden, het versterken van de contacten tussen de leden en het bevorderen van de erkenning van het belang van de aardwetenschappen voor de samenleving.

Referenties

  • Brueren, J.W.R., 1972. Zestig jaren KNGMG. Geologie en Mijnbouw, 51, 159-216
  • Den Tex, E., 1987. The Royal Geological and Mining Society of the Netherlands. In: Visser, W.A., Zonneveld, J.I.S. & Van Loon, A.J. (eds), Seventy-five years of geology and mining in the Netherlands (1912–1987). Royal Geological and Mining Society of the Netherlands (The Hague): 27-32.
  • De Wijs, H.J., 1962. A dive into the history of the Royal Geological and Mining Society of the Netherlands. Geologie en Mijnbouw, 41, 143-146
  • Van Zuuren, A. and Van Adrichem Boogaert, A., 2012. KNGMG, a historic overview. In: Floor, P. (ed.), Dutch Earth Sciences, Development and Impact. Roayal Geological and Mining Society of the Netherlands, 1912-2012 Centenary volume, 10-17